Gepubliceerd in Inktpot 11

Als kind wilde ik slager worden. Het klievende klappen van het slagersmes vond ik het gezelligste geluid ter wereld. Maar hoe word je slager? Je moet in elk geval niet naar het gymnasium gaan, en vervolgens al helemaal niet aan de universiteit gaan studeren. Voor je het weet ben je drs., bekleed je een muffe academische functie en ben je veel te hoog opgeleid om worstjes te draaien.

Maar ik had als kind nog een grote liefde: striptekenen. Volgens mijn moeder werd ik met een potlood in mijn handen geboren. Toch kan ik me niet herinneren dat ik "later als ik groot ben" striptekenaar wilde worden. Striptekenen deed ik gewoon, net als eten en drinken en ademhalen. Toen mijn slagersambities al lang en breed vervlogen waren maakte ik nog altijd stripverhaaltjes of m'n leven er vanaf hing. Ik maakte er vrienden mee, mensen die moesten lachen om de portretjes die ik tekende van leraren of van henzelf. Maar zou ik er ooit mÕn bestaan van kunnen maken? Daar durfde ik niet eens aan te denken. Daar kon ik lang niet goed genoeg voor tekenen.

Zo kon het gebeuren dat ik me na mijn studie door de eerste de beste instantie liet vangen en opsluiten in een eenzaam kantoortje in een grijs gebouw op een akelig terrein buiten de stad. Vast contract, goed salaris, toekomst verzekerd. Strips maken best, maar dan wel buiten kantooruren. Ik heb het nu tweeenhalf jaar gedaan en ik ben het zat. Ik wil dingen maken. Verhaaltjes vertellen, grappen verzinnen, regisseren, uitbeelden, vormgeven, aan het denken zetten en aan het lachen maken. Vanaf 1 januari stop ik met werken en word ik striptekenaar. Het is nu of nooit. Geef het een jaar of twee, drie. Als het mislukt kan ik me altijd nog laten omscholen tot slager.

Ype Driessen

Terug